Sint-Truiden laat uitschijnen een hart voor dieren te hebben, maar weigert tegelijk een correcte samenwerking met Animal Rescue Service (ARS) op poten te zetten. Daarmee dreigt de stad een lokale samenwerking met een gespecialiseerde dierenhulporganisatie met jarenlange expertise mis te lopen.
Tijdens de gemeenteraad van 24 augustus ontstond een langer debat over de manier waarop Sint-Truiden in de toekomst wil omgaan met dieren die in nood verkeren. De stad werkt voor de opvang van loslopende honden en katten al samen met het dierenasiel van Sint-Truiden en het provinciebestuur. Voor andere dieren wordt bijkomende ondersteuning voorzien via onder meer het Natuurhulpcentrum en het Brusselse Animal Disaster Team (ADT).
"Dan moet je mensen van de stad inschakelen"
Raadslid Patrick Vanparys stelde zich tijdens de gemeenteraad vragen bij de praktische inzetbaarheid van het Animal Disaster Team.
"Het lijkt mij niet dat het Animal Disaster Team komt wanneer bijvoorbeeld een kat in een boom zit of een ree op straat ligt. Dan moet je mensen van de stad inschakelen."
De burgemeester reageerde daarop dat het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de eigenaar is om bijvoorbeeld bij een kat in een boom de brandweer te bellen en dat deze interventie ook betaald moet worden door de eigenaar.
Die uitspraak kon op weinig begrip rekenen bij de oppositie.
Vragen over vergunningen en vakbekwaamheid
Raadslid Tom Degraeve vroeg vervolgens om de nodige vergunningen, erkenningen en bekwaamheidsattesten voor te leggen. Volgens Degraeve ontbraken deze documenten in het agendapunt van de gemeenteraad.
Uit een schriftelijk antwoord van de stad zouden volgens Degraeve echter bijkomende vragen naar voren komen. Zo zou het Animal Disaster Team niet beschikken over een vakbekwaamheidsattest. Volgens het antwoord worden er wel opleidingen voorzien, maar worden daarvoor geen certificaten uitgereikt. Daardoor rijst volgens Degraeve de vraag hoe kan worden nagegaan welke opleidingen effectief werden gevolgd en door wie.
Daarnaast zou ADT zich voor bepaalde procedures beroepen op de normen van GAIA, een dierenrechtenorganisatie en geen overheidsdienst.
"Het vage en snelle antwoord van de administratie laat veel ruimte voor interpretatie. Daarom heb ik verdere vragen gesteld", zegt Tom Degraeve.
Volgens informatie op de website van de Vlaamse overheid bestaan er bij het vervoeren van bepaalde dieren wettelijke vereisten rond onder meer vergunningen, vakbekwaamheid en sanitaire toelatingen. Degraeve wil daarom duidelijkheid over welke regelgeving precies van toepassing is op de activiteiten van de organisatie waarmee de stad wil samenwerken.
"Gezien de antwoorden van de stad tot nu toe te vaag blijven, stel ik verdere vragen. Ik wil vooral weten welke wettelijke vereisten gelden en of daaraan daadwerkelijk wordt voldaan. Wordt vervolgd."
Aangereden wild zorgt voor nieuwe vragen
Intussen heeft zich op het Truiense grondgebied al een eerste incident met aangereden wild voorgedaan. Volgens Degraeve werd het dier uiteindelijk afgemaakt, zonder dat daarbij een dierenarts zou zijn tussengekomen.
Dat roept volgens het raadslid extra vragen op, aangezien Sint-Truiden tegelijk een samenwerking heeft met het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek. Die samenwerking is net bedoeld voor de professionele opvang en hulpverlening aan wilde of andere dieren in nood waarvoor het reguliere dierenasiel niet over de nodige middelen beschikt.
Volgens Degraeve had daarom minstens onderzocht moeten worden of het dier naar het Natuurhulpcentrum kon worden overgebracht.
"Een dier afmaken zou het allerlaatste middel mogen zijn wanneer alle andere opties zijn uitgeput, niet iets wat zomaar als eerste oplossing wordt genomen. Bij een correcte samenwerking met Animal Rescue Service zou er volgens mij minstens geprobeerd zijn om het dier te stabiliseren en te redden."
Gratis is niet noodzakelijk de beste keuze
Een opvallend element in het debat is volgens Degraeve dat de stad kiest voor een samenwerking met ADT, waarbij de organisatie in nood- en rampscenario's gratis zou werken.
Tegelijk heeft de stad al een samenwerking met het Natuurhulpcentrum, een organisatie die gespecialiseerd is in de opvang en verzorging van wilde dieren.
Voor Degraeve roept dat vragen op over de gemaakte keuzes.
"Als de stad echt een hart voor dieren heeft, dan moet dierenwelzijn volgens mij primeren. Een samenwerking mag niet uitsluitend worden beoordeeld op het feit of ze gratis is. Er moet vooral worden gekeken naar expertise, wettelijke bevoegdheden, opleiding en de manier waarop met dieren in nood wordt omgegaan."
Volgens Degraeve blijft daarmee ook de vraag overeind waarom de stad niet tot een correcte samenwerking met Animal Rescue Service wil komen.
"ARS is een lokale organisatie met ervaring en expertise. In plaats van deze kennis en ervaring te benutten, kiest de stad voor een andere piste. Ik blijf daarom vragen stellen totdat er duidelijkheid is over de vergunningen, de vakbekwaamheid en vooral over de concrete afspraken rond dierenwelzijn. Maar de stad geeft liever geld aan een Congolese stad voor een vage bakkersopleiding dan hetzelfde bedrag te spenderen aan ARS die met moeite uit de kosten van de opdrachten van de stad kon komen."
Wordt vervolgd.